Leven als Vuurtoren
Jarenlang dacht ik dat liefde betekende dat ik bleef staan. Dat ik beschikbaar bleef.
Dat ik mezelf klein hield, mijn leven vertraagde, mijn verlangens parkeerde omdat mijn kinderen het moeilijk hadden. Ik dacdachals ik maar stil genoeg ben, zacht genoeg, begrijpelijk genoeg, dan komt het wel goed.Maar wat ik niet wist, is dat ik langzaam bevroor.
Niet omdat ik geen liefde voelde, maar omdat mijn hele systeem gericht raakte op één ding:
Wanneer kan ik er weer voor hen zijn?
Van Karen Woodall leerde ik het volgende (zie de tekst en meer inzichten op https://karenwoodall.blog/2025/12/30/living-in-the-lighthouse-position-thawing-the-frozen-relational-field/)
Het bevroren relatieveld
In gezinnen waar sprake is geweest van emotioneel misbruik, dwingende controle en loyaliteitsconflicten, raken kinderen soms vast in een innerlijke spagaat. Ze kunnen niet vrij bewegen tussen ouders. Niet omdat ze niet willen, maar omdat hun zenuwstelsel veiligheid zoekt waar spanning het laagst lijkt, ook als die veiligheid schijn is.
Wat minder wordt gezien, is wat er met de afgewezen ouder gebeurt. Die ouder gaat vaak: wachten, anticiperen, compenseren, zichzelf inhouden.
Het leven wordt voorzichtig. Toekomstplannen voelen beladen. Vreugde krijgt een bijsmaak van schuld. Elk eigen verlangen roept de vraag op: kan dit wel, nu?
Zo ontstaat een stilstaand veld: het kind kan niet naar de ouder toe bewegen, d ouder kan niet meer voluit leven.
Dat is geen liefde.
Dat is immobilisatie.
De vuurtoren-positie: blijven staan zonder te verdwijnen
De lighthouse position leerde mij iets radicaal anders.
Een vuurtoren rent niet het water in om schepen te redden.
Hij staat.
Hij schijnt.
Hij beweegt niet mee met elke golf.
Voor mij betekende dat een pijnlijke maar bevrijdende vraag: Wat als liefde niet langer betekent dat ik wacht, maar dat ik leef?
Mijn keuzes: van wachten naar wonen in mijn leven.
Lighthouse worden betekende voor mij niet dat ik mijn kinderen losliet. Het betekende dat ik mezelf terughaalde. Concreet zag dat er zo uit:
- Ik stopte met mijn leven afstemmen op mogelijke reacties.
- Ik nam beslissingen omdat ze klopten voor mij, niet omdat ze escalatie voorkwamen.
- Ik maakte ruimte voor mijn relatie, zonder die steeds te verdedigen of te verantwoorden.
- Ik stopte met uitleg geven waar een grens voldoende was.
Ik ontdekte iets spannends: hoe meer ik mijn leven weer ging bewonen, hoe minder ik hoefde te vechten voor verbinding.
Dromen als daad van liefde
Lange tijd durfde ik niet te dromen.
Alsof dromen verraad waren. Alsof vreugde iets was wat pas mocht als iedereen oké was. Maar een kind heeft geen moeder nodig die zichzelf opschort. Een kind heeft een moeder nodig die belichaamt dat leven draaglijk is.
Dus ik begon weer te dromen: over reizen, over samen zijn met mijn partner, over creativiteit, schrijven, werken vanuit compassie, over een huis waar ademruimte is
En nee mijn kinderen stonden daar niet altijd voor te juichen. Maar ik bleef staan.
Creativiteit als licht
Een vuurtoren schijnt niet met woorden.
Hij schijnt door zijn bestaan. Voor mij werd creativiteit een vorm van licht:
- schrijven wat waar is
- spreken zonder mezelf te verdedigen
- werken vanuit trauma-sensitiviteit
- mijn verhaal delen zonder anderen te overtuigen
Wat ik anderen wil meegeven
Als jij jezelf herkent in het wachten, het aanpassen, het stilvallen
weet dan dit:
-Je hoeft je leven niet te pauzeren om een goede ouder te zijn.
-Je hoeft geen toestemming te krijgen om te leven.
-Liefde die alleen bestaat bij zelfverlies is geen veilige liefde.
De vuurtoren-positie vraagt moed, de moed om te blijven staan in jezelf.
Je kind mag bewegen wanneer het kan.
Jij mag leven, nu.
Een uitnodiging:
Vindplaats Compassie is ontstaan vanuit dit besef:
dat herstel niet begint bij harder vechten of langer wachten, maar bij terugkeren naar jezelf.
Bij leren staan in je eigen leven, met open handen en stevige voeten.
Als jij leeft in een krachtenveld van loyaliteit, trauma en verlies en voelt dat je jezelf daarin langzaam kwijtraakt, weet dan: je hoeft dit niet alleen te dragen. Er is een weg waarin compassie en helderheid samen kunnen bestaan. Waarin je niet verdwijnt, maar zichtbaar blijft.
Misschien is dit het moment om jouw licht weer toe te laten.